The Prodigy

The Prodigy is een Britse dance-act. The Prodigy is een van de succesvolste acts die de dansmuziek van de jaren '90 van de twintigste eeuw hebben voortgebracht. De grote man achter The Prodigy is Liam Howlett (1971). Muzikaal gezien is hij het brein en de leider van de groep. Op het podium wordt hij vergezeld door MC Maxim Reality (1967) en zanger/danser Keith Flint (1969). Een van de sterkste punten van The Prodigy is dat ze vanwege hun performance opvallen en door hun punkattitude ook een rockpubliek bereiken. Bekende nummers van hen zijn Out of Space, Smack My Bitch Up, Voodoo People, No Good en Firestarter.


De basis voor The Prodigy werd gelegd in Essex toen Liam Howlett een 10-track demo produceerde met de intentie een platencontract te krijgen. Hij was een student aan het conservatorium die in zijn vrije tijd raves bezocht. De A & R afdeling van XL-Recordings bood The Prodigy een contract aan. De What Evil Lurks EP volgde in 1991. De EP bevat ook de track Android die een van hun meest geliefde platen werd. Als live-act wil Liam echter onderscheiden en daarom trok hij voor op het podium Maxim Reality (Keith Palmer), Keith Flint en Leeroy Thornhill (1969) aan.

De single "Charly", die 6 maanden later uitkwam, werd een hit in Groot-Brittannië. The Prodigy werd een geliefde act op raves. Toch had het zijn keerzijde. De sample van een kinderstem werd als debilisering van het ravegenre gezien. De meeste ravers trokken zich er echter weinig van aan. Het debuutalbum "The Prodigy Experience" kwam uit in het najaar van 1992. Het was het eerste echte rave album, waar toen nog niet veel toekomst in werd gezien. Het album had nog enkele singles waarvan Out of Space ook de doorbraak in Nederland en België werd.

The Prodigy's volgende album, in 1994, was "Music for the Jilted Generation", wat een grote hit werd in Groot-Brittannië en werd genomineerd voor "the Mercury Music Prize". Het geluid was donkerder en dieper en distantieerde zich van het ravegeluid. Naast harde en snelle dancetracks stonden er ook enkele experimentele atmosferische tracks op. Het meest bekend werden de nummers No Good (Start the Dance) en Voodoo People. Het album zette zich af tegen de autoriteiten die het raven aan banden wilden leggen. Het boekje bevat een sfeerimpressie van een raver die een hangbrug wil doorsnijden terwijl hij zijn middelvinger opsteekt naar de politie die vanuit een grauwe industriestad toekijkt.


Het volgende album, getiteld "The Fat of the Land", gaf de band een positie als een van de meest internationale populaire en beroemde dance-acts. De totstandkoming ervan ging echter erg moeizaam. De eerste voorbode van het album was de succesvolle single Firestarter in het voorjaar van 1996. Intussen veranderde het uiterlijk van The Prodigy naar een meer punkachtige. De single Mindfields werd uitgesteld vanwege het moeilijke verloop van de productie. In de zomer van 1997 verscheen het derde album uiteindelijk. Het kwam binnen op nummer 1 in de Nederlandse, Britse en Amerikaanse hitlijsten. De single, maar vooral de videoclip van Smack My Bitch Up veroorzaakte een rel vanwege het extreme geweld. Toen in 1998 de tournee was afgelopen, kondigden de leden aan een tijdje uit elkaar te gaan om zich te richten op solo-activiteiten.


In 1999 kwam het volgende album uit; "Dirtchamber Sessions Volume 1". Dit album, eigenlijk solo werk van Howlett, werd een heel andere dan de vorige albums met rond de 50 tracks. Toen Howlett een set draaide in de "Mary-Anne Hobbs's Breezeblock show" op "UK radio station Radio 1" begonnen kopieën te rouleren in Engeland en om dit te stoppen kwam uiteindelijk de uitgebreide versie van de Breezeblock mix uit.


Solo-projecten
Maxim Reality debuteerde in 2000 met Hell's Kitchen, een plaat die matig werd ontvangen. De single Carmen Queasy werd echter wel een hit, vooral door de gastbijdrage van Skin, de zangeres van Skunk Anansie. Leeroy verliet later dat jaar de groep. Het is dan een korte tijd onduidelijk of The Prodigy nog bestaat en wie daarin zitten. De aankondiging van een nieuw album gaf duidelijkheid. Leeroy debuteerde een jaar later met Beyond All Reasonable Doubt onder de naam Flightcrank.

In 2001 kwam The Prodigy weer bij elkaar. Dit keer zonder Leeroy, die de band verliet. Liam, Maxim en Keith pakten de draad weer op voor het Lowlands festival. In 2002, na een pauze van het toeren en het opnemen, kwam de single "Baby's Got a Temper" uit. De single, waarin een sample voorkomt uit Firestarter. De opnamen bleven moeizaam gaan en de release van een nieuw album werd talloze malen uitgesteld. Liam besloot al zijn gemaakte werk weg te gooien en opnieuw te beginnen. Zonder Keith en Maxim nam hij Always outnumbered, Never Outgunned op dat in de zomer van 2004 eindelijk uitkomt. Het genre van dit album is meer in de richting van de electropunk die dan populair is. Voor de tour die op het uitbrengen van het album volgde, werd Leeroy terug aangesproken de live-act voort te zetten.

In 2005 komt het overzicht van 15 jaar Prodigy uit op Their Law: The Singles. Op een single verschijnen remixen van oude Prodigy hits door de Audio Bullys, Pendulum en Sub Focus, nieuwe artiesten die allen door The Prodigy zeggen te zijn geïnspireerd. Vooral de Pendulum remix van "Voodoo People" wordt goed ontvangen.

In januari 2006 is Liam Howlett begonnen met de opnames van een vijfde Prodigy album in een studio in Londen.

 

 
< Vorige   Volgende >